Sauerlandtoer herfst ’26 – Zaanse Motorvrienden

Beneluxtoer herfst ’26

Het is nu ruim drie weken geleden dat ik mijn 1250 heb op gehaald bij Molenaar Motors. Tijd zat om wat kilometer te maken voor de Sauerlandtoer van afgelopen week. Het liep iets anders. Zaterdag 29 augustus en zondag 8 september heb ik de motor flink aan de tand kunnen voelen. 2 goede ritten van iets meer dan 200 kilometer. Genoeg om eventuele “eigenaardigheden” aan het licht te brengen maar helaas… Het bleek toch niet voldoende.

Vorig weekend kregen we de routes door voor het Sauerland. Yes – we gaan weer toeren met de Zaanse Motorvrienden. Ik zat te wikken en te wegen of ik de eerste dag wel de volledige route zou doen. Dit liep vanaf Enschede richting Winterberg. Landgasthof “Wüllner” ligt eigenlijk tussen Walbecke en Altenfeld maar geen hond weet waar dat ligt. Het adres is sowieso “Bödefelder Str. 32, 59955 Winterberg, Duitland”. Daar kan weinig verwarring over ontstaan.

Anyhow – De afgelopen twee weken veel lol gehad op de 1250 op een belangrijk punt: Dat scherm is net een paar centimeter te laag. Gek werd ik van die turbulentie. Ik had dat niet heel veel zin om op die manier een lang weekend rond te rijden. Op naar MDI dus. Ik had vooraf al een aangepast route heen gemaakt die via MDI zou lopen en vervolgens ergens in Duitsland de route zou oppikken die speciaal voor ons is gemaakt en is voorgereden.

Dag 1

Op naar MDI. De A2 stond op een paar plekken al bijna vast. Moet dat nou? Eenmaal bij MDI aangekomen zei ik dat ik twee schermpjes wilde testen maar ééntje van voldoende. Wat een verschil. Van bulderende turbulentie naar voor met het vizier open rijden en gewoon totaal géén turbulentie. Wat maakt zo’n stukkie trutplastic een verschil zeg! Nu nog hopen dat de donker getinte versie op voorraad is. Ik heb geluk. Donker getint ruitje en €100,– armer, maar het zou wat.

Verder met de route – Op naar Winterberg! Ja dus niet.. Het moment dat ik de snelweg opdraai en een dot gas geeft springt het hele display op oranje met een melding of ik een specialist op wil zoeken – Euh??? – “Wat nu weer… Waarom nu???”. Zwalkend over de rechter baan maan ik de Garmin om naar Simako Elst te rijden. Dat leek mij de beste optie. Bij Simako aangekomen het hele verhaal verteld én dat in op weg was naar Winterberg. Mijn vraag is simpel “Hang dat ding alstublieft aan de computer en vertel me of ik door kan rijden, terug moet naar Molenaar of dat ik überhaupt niet meer mag rijden”. Gelukkig begrepen ze “de ernst van de situatie” en gingen proberen of ze met enige spoed een diagnose konden stellen.

⚠ Motor!

Door specialist laten controleren.

Euh???

Intussen bel ik met Molenaar. Helaas was Ton in gesprek. Ik vertel wat er aan de hand is en om dat door te geven. Inmiddels wordt de motor naar binnen gereden. Ze zijn 10 minuten bezig, een kwartier en een kwartier wordt een half uur. Ik denk “dat duurt veel te lang, mijn weekend stopt waarschijnlijk hier”. De monteur was driftig op een scherm aan het kijken en er werd tegen hem gezegd dat ie ook niet mooi stationair loopt. Dat was mij niet eerder opgevallen, maar nu ik er zo naar luister kan ik ze geen ongelijk geven. Hij liep niet echt mooi.

De resultaten werden doorgeven aan een van de baliemedewerkers: “je hebt 250 storingen op je rechter gasklep gehad en 180 op je linker. We hebben helaas geen tijd om dit nu voor je op te lossen” – “Snap ik helemaal, maar is het verstandig om naar het Sauerland te rijden nu?” – Het antwoord kon ik wel raden. Dat is natuurlijk nee. “Kan ik nog wel terug naar Molenaar of moet ik hem laten staan?”. Ik kan wel naar Molenaar rijden. Dat is een meevaller. Ik had absoluut geen zin om met de trein weg te gaan in het geval ik geen leenmotor zou kunnen krijgen.

Dikke vette pluim voor Molenaar Motors!

Terwijl ze dat ding weer naar buiten rijden bel ik met Molenaar. Ton is beschikbaar. Die vindt het zeer vervelend. “Kom maar hierheen, dan verzinnen we in de tussentijd wel hoe we het gaan oplossen”. Terugrijden dan maar. Wel behoorlijk klote want de hele dag zou ik voor de regen uitrijden. Nu moet ik de reden dus tegemoet rijden. Kunnen we gelijk het pak testen of die wel waterdicht is. Snelweg weer op. Halverwege de A15 – ergens rond Tiel ofzo denk ik – begint het te regenen. Mooi, dat pak is waterdicht. Één nadeel – Er is een soort vacuüm ontstaan door dat extra schermpje waardoor de regendruppels fijn op het vizier blijven plakken. Zit niets anders op dan zo nu en dan even mijn hoofd naast het scherm te hangen. Het valt me ook op dat de opstopping op de A2, waarin ik eerder vanmorgen deel uitmaakte, nu gewoon 10 kilometer stilstaand verkeer is gewoon. Mooi dat ik vroeg was vanmorgen.

“Rondje Nederland” – Thuis, MDI, Simako-Elst, IJsselstein

IJsselstein is eindelijk in zicht. Ik heb er inmiddels al 200 kilometer opzitten en niet eens vervelende kilometers wat de motor rijdt echt heerlijk en er lijkt weinig aan de hand – op dat stomme brandende klote motormanagement lamp na dan. Ton staat toevallig buiten en snapt mijn frustratie. Ik zeg “ja, shit happens, alleen jammer dat het net nu gebeurt”. Ton heeft twee plannen: Plan A is kijken wat er met mijn motor is en zo nodig maken, al meldt Tymen wel dat het druk is en dat er een uitvaller is. Plan B is dat ik een 1300 demo model meekrijg. Ik zeg “ja jij bent lekker – dat gaat me dan waarschijnlijk geld kosten” – Nee hoor! – “Ja wel, want dan is de kans aanwezig dat ik de 1250 inlever voor een 1300”. Ton begint te lachen. Ik geloof wel dat ik het liefst op de 1250 richting Winterberg ga. Tymen vraagt in de tussentijd om de sleutels om te kijken hoe het met de patient is gesteld.

Ik ga boven maar een koffie halen. Ik kan nu toch niet meer zoveel en weet dat die fiets in goede handen is. Na een half uurtje loop ik naar beneden en Tymen is zelf aan de slag gegaan – hoe cool is dat!! De tank moet er in ieder geval vanaf anders kan je niet bij de gaskleppen komen. Ik ga maar weer naar boven. Heeft niet zo veel zin om hem van zijn werk te houden. In de tussentijd stuur ik ook een whatsapps naar de leiding – helaas. Het appje komt niet aan. Niets aan te doen. Ik heb ook maar één nummer.

Het is inmiddels ook 1 uur en heb serieus veel trek. Madeleine verteld me waar ik de cup-a-soupjes kan vinden. Dat ging er wel in. In de tussen tijd kwam Ton nog een keer melden dat de motor reeds in de opbouwende fase was beland. Wat ze allemaal niet voor me doen om toch mijn weekend door te kunnen laten gaan. Een dikke vette pluim!

Het was kwart over twee toen ik de garmin (én de tomtom) instelde op Wüllner. Gewoon rechtstreeks. Laat de route maar voor wat het is. 300 kilometer ofzo. Hup weer de regen in. Af en toe kijk ik op de tomtom of we nog wel goed gaan. Ik heb niet zo’n vertrouwen in de garmin voor wat betreft A naar B en de tomtom omzeilt de files trouwens.

In de buurt van Veenendaal zie ik dat er wel vertraging is. Oja – die achterlijke grenscontrole. Als het echt erg wordt stuur tomtom me wel de juiste weg op. De vertraging geeft wel 30 minuten aan. Niet grappig. Tomtom reageert niet snel genoeg en ik sta in de zeikende regen in de file. Vizier open, Vizier dicht. Leuk zo’n bril – heel de teringzooi beslaat als je niet rijdt. Pinlock doet het prima maar m’n bril denk daar anders over. KUT. Bij Duiven mag ik eindelijk de snelweg af. Heel stuk binnendoor en kom pal ná de grens de snelweg weer op – een lege snelweg. Mafkezen!!!

Door al dat gedoe rij ik nog verkeerd ook. Tomtom zegt links aanhouden en vervolgens schakelt de display over op rechts eraf – Handig, nu zit ik op de verkeerde snelweg. Gelukkig mag ik binnen 5 kilometer van de snelweg af om vervolgens 4 kilometer binnendoor te pruttelen via een aaneengesloten lint van 30km zones. Dat schiet echt niet op, maar is dan toch het verlossende bordje dat ik de snelweg op mag. Nu ik weer op de snelweg zit mag er wel een tandje gas bij, maar bij 150 km/u begint de achterkant toch een beetje te wiebelen. Dan maar 120 aanhouden. Maakt ook geen zak meer uit nu. Die verloren tijd haal je nooit meer in. Tomtom zegt dat ik er om tien over zes zou zijn. Da’s mooi op tijd voor het eten.

Eindelijk komen we dichterbij. Even over zessen ben ik dan toch op de plaats van bestemming. Totaal naar de klote. Ik gok dat ik meer dan 500 kilometer snelweg heb gezien vandaag en dat is meer dan genoeg. Snel de motor wegzetten. Onder het afdak ik geen plek meer. Dan maar naast de geiten. Mijn bericht was ook doorgekomen. Bij de receptie wordt gemeld dat ik alsnog ben gearriveerd en dat ik precies op tijd ben voor het eten. Ik lust wel wat want op een sneetje roggebrood en een cup-a-soupje kan je niet leven.

Dag 2

Vergezichten!!!
Vergezichten!!!

Ik ben bepaald niet uitgerust. Ik werd vannacht wakker met een knallende koppijn. Voor mijn doen niet echt ongewoon, maar deze had voorkomen kunnen worden: Geen bier drinken als je heel de dag niets hebt gegeten of gedronken. Had ik moeten weten. Ontbijt was goed. Lekkere zoete broodjes met bakkersroomachtige meuk erop, dat hoop ik tenminste. Maar eerst koffie. Er stond een ketel met filter koffie en een fancy mini-barista-dinges. Dat ding gaf geeneens gewone koffie. Ik wijk uit naar Ketel1. Mmmm.. Dat is helemaal geen verkeerde koffie zeg. Na een paar happen van die koek neem ik een paracetamol met een slok koffie. “Champions breakfast”. De andere zaten aan de scrambled eggs en spek. Too much van het goede. Volgens mij was het goedje ook nog vreselijk zout.

Dan de route. Er waren twee routes voorbereid. Eentje richting het oosten, een snelle route en eentje richting het westen – naar het panoramapark – een route met veel bochten. Omdat het vandaag goed weer is en morgen er 10mm is voorspeld besluit ik om het bochtenfestijn te doen. Ik zei tegen een aantal andere wat mijn plan was en waarom. Ik pak de lange route van ongeveer 350km. Lekker sturen. Ik rij dus alleen en verwacht dat ik onderweg nauwelijks iets tegenkom om te pauzeren. Ik heb bij voorbaat geen zin om veel van de route af te wijken om een lunchplek te vinden. Ik heb sowieso van die kant-en-klare lunchzakjes bij me als ik trek krijg.

Ik krijg gelijk. Boven bij het panoramapark is het standaard koffie, maar ik ben zo lekker aan het rijden dat ik er straal voorbij rij. Ik denk shit, daar had ik koffie kunnen doen maar het was pas half elf. Bij de Biggesee kan ik wel stoppen om wat te eten, maar ik was daar al om half twaalf. “Doorrijden…”, denk ik. Er komt vast nog wat langs?! Dat was niet het geval. Rond half twee kreeg is toch wel trek. Op de eerste de beste plek die ik tegenkom ga ik eten. Laat dat nu toevallig in een haarspeldbocht staan. Stond een zeer oud bankje. Het moet maar.

Ik kom na de Biggesee helemaal niets meer tegen. Verrassend… Ik kom zelf niets tegen waar ik even de motor langs de kant van de weg kan zetten om wat foto’s te maken. Plekken genoeg die fotowaardig zijn, maar op die plekken kan je dan weer niet even de motor neerzetten. Beetje slordig zo op de rijbaan en geen parkeerplaats in de buurt of een klein strookje waar je net je motor even kan stilzetten.

Uiteindelijk lukt het wel ook wat foto’s te schieten. Ik had op veel meer plekken willen stoppen. Ik moet het er maar mee doen. Door weinig te stoppen ben ik, zo te zien, als eerste weer terug in het Landgasthaus. Net na drieen loop in mijn kamer in. Ik had nog steeds wel trek dus ik pak het tweede lunchzakje uit de tas.

Wüllner - Zonnetje
Wüllner – Zonnetje

Dag 3

Niet met koppijn wakker geworden dit keer – kon ook bijna niet want ik was uberhaupt niet in slaap gevallen. Wel klote want de kamer is goed en het bed ik meer dan prima. Knap irritant, dat niet in slaap kunnen vallen, hoewel. Ik was gisteren vrij moe en ben op tijd richting bed gegaan. Misschien is half tien een beetje te op tijd. Ik viel wel in slaap maar werd om twee uur ‘s nachts wakker “uitgeslapen” – Zie dan maar weer in slaap te vallen.

We zitten aan het ontbijt. Een aantal kijken bedenkelijk naar buiten. Ja, het regent. Het regent serieus. Ik had gisteren al bedacht dat als het echt met bakken uit de lucht zou komen ik niet zou gaan rijden. Ik was ook hondsmoe. Na het ontbijtje maken de meeste toch wel aanstalten om te gaan rijden. Ik kijk nog even de kat uit de boom. Ik zeg dat ik wel ga rijden, maar geen haast heb. Op de kamer ben ik aan het rekenen: Als ik de korte route neem en niet stop ben vijf uurtje onderweg. Ik moet dus uiterlijk rond elf uur weg. Nog maar even een uurtje liggen denk ik. Het werden er bijna twee. Het leek ook een beetje lichter te worden. “Nou, laten we dan maar gaan…”

Het regende eventjes niet zo hard – dat zou nog komen. Ik heb mooi even de tijd om mijn helm en bril op te zetten zonder dat die zeiknat worden. Met een natte bril in je helm is doorgaans geen goede combinatie. Let’s go. Er was dus gezegd dat deze route (die route die de andere gisteren hebben gereden) een snel route was, om even kilometers te maken. Dat was inderdaad ongelogen. De route was heerlijk. Precies zoals ik had verwacht. Weinig spectaculair haarspeldbochten. Alles kan je bijna doen om volle snelheid.

Intussen ben ik gewend geraakt aan de regen en dat-wat-tussen-mijn-oren-zit vormt geen belemmering om eens fijn gas te geven. Wel een paar ik een oeps momentje. Die reparatiestrepen zijn glad waardoor de motor soms een centimeter opschuift. Wat trouwens helemaal niet tof is en ik heb geen idee wie dat heeft verzonnen: over de lengte van een kilometer, op een slingerende weg, gewoon putdeksel in de as van mijn weghelft. Hoe verzin je het. Die eerste zag ik niet en het voelde alsof het stuurt uit mijn handen werd getrokken. Niet grappig! Wat ik ook nog tegenkom is een bordje met Rollsplitt en dat ik maar 40 km/u mag, maar de weg is brandschoon en niet hobbelig of wat dan ook. “Het zal wel…” totdat ik vlak bij een T-splitsing aankom waarbij ik zowat door een tunnel van bomen moet rijden. Dat lag dat spul en niet zo zuinig ook. Alsof je een zandbak in reed.

Aangezien het maar blijft regenen heb ik geen zin om op zoek te gaan naar iets te eten tuf ik gewoon door. Toch is er een droog moment en precies op dat moment rij ik over een kaarsrechte weg, richting het plaatsje Diemelsee. Hier moet ik toch ergens een foto kunnen maken?!

Dag 4

Wüllner - Ochtendnevel
Wüllner – Ochtendnevel

De Laatste dag. Richting huis dan maar. Het gaat altijd snel zo’n weekend. Nog even met z’n alleen aan het ontbijt, genieten van debroodjes met scrambled eggs en overdadig gepekelde spek, waar je nog zeker tot ver in de namiddag plezier van hebt. De tassen zitten inmiddels in de koffer. Omdat het gisteren zo heerlijk heeft geregend stijgt er een hoop nevel omhoog op van het land. Mooi gezicht. Het zou vandaag droog blijven. Fijn zo.

Er zit nog voor ongeveer 130 kilometer in de tank. Moet genoeg zijn zou je zeggen. Tijdens het rijden blijft de TomTom ijzig stil voor wat betreft het laten zien van tankstations. Inmiddels is het bereik van 130 km geslonken tot 70 en er is nog steeds geen tankstation symbooltje te zien in de informatiebalk. Het zal me toch niet gebeuren dat ik hier met een GSA zonder benzine kom te staan. Dat zou te hilarisch zijn. Dan is dat het verlossende antwoord. Over 30 kilometer een pomp. Eenmaal bij de pomp geeft de bordcomputer aan – die al aan het zeuren was dat ik een pomp moest gaan opzoeken – dat ik nog 40 kilometer verder had kunnen rijden. Nou – er ging inderdaad bijna 27 liter in.

Zo tegen een uur of twaalf wordt het ook rap drukker op de binnenwegen. Ze zijn mooi, maar begin me te irriteren aan de toch wel stedelijker wordende omgeving. Het eind van route is pas over 90 kilometer – nog zo’n twee uur tuffen. Ik weet niet of ik daar wel zin in heb. Uiteindelijk besluit in ik om immer gerade aus richting huis te gaan. Dat was geen goed idee. Als ik iets beter op de TomTom had gekeken had ik gezien dat ik bijna 80 kilometer over een afthanse provinciale weg zou rijden. Ik had veel beter gewoon de route kunnen afmaken. Stom stom stom. Na ja – niets aan te doen. Ik kwam er pas veel te laat achter.

Eindelijk is daar dan de snelweg – Pas bij Heelden. Dat is echt steenworp van de Nederlands grens. Die grap ga ik niet nog een keer herhalen. Gewoon de route blijven volgen de volgende keer. Daar is die voor bedoeld. De grens nadert. Het is rustig richting Duitsland. Als ik de grens passeer snap ik waarom. Staat “maar” 10 kilometer stilstaande verkeer voor de Duitse grens. Knots. Nu we weer in Nederlands zijn zet ik de cruise op 110 km/h das niet te snel vind ik. In ieder geval snel genoeg om mensen die precies 100 rijden makkelijk voorbij te gaan. Het is niet druk voor de maandag. Spits nog niet echt begonnen denk ik, hoewel – we zitten in het verre oosten natuurlijk.

Bij Amersfoort wordt het merkbaar drukker. Ook merkbaar donkerder. We gaan toch geen bui krijgen? Het zou droog blijven. Niet dus. Net voordat ik de ring bij Utrecht oprijdt, ter hoogte van Fort bij Vechten begint het een partijtje te hozen zeg. Niet normaal. Het regent zo hard dat het zelf door de bovenkant van mijn vizier naar binnen spetterde. Wat niet nat wordt, althans wat niet lekt, is mijn pak dat ik vorig jaar heb aangeschaft en dat is zo fijn. Mijn vorige pak moest per se voorzien worden van een gore-tex voering. Of een regenjas. Dat is totaal niet praktisch als het, zoals nu, spontaan gaat regenen.

Even de balans opmaken van dit weekend: Een gebruikte motor kopen heeft zijn voordelen. Je hoeft hem niet in te rijden en kost een stuk minder dan een nieuwe, echter koop je ook “de mileage” erbij. Daarom krijg je garantie. En zoals in mijn geval komt de shit altijd op het verkeerde moment. Kan gebeuren – spul is allemaal mechanisch en slijt. Gewoon terug naar de dealer. Dan de motor zelf. God wat heb ik genoten van dat ding. Ik denk, achteraf, dat ik de k1600 te lang heb gehouden. Volgend jaar gaan we weer naar Luxemburg en de Eiffel volgens mij en de toer in juni gaat naar de Haute Alps. Ik heb besloten dat ik dat maar gewoon moet doen!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.